Zo leuk was het!
vrijdag 25 januari 2013
In het moment
Bij naschoolse natuuractiviteiten kun je wel een programma hebben, maar als het sneeuwt, ga je daar wel van genieten uiteraard.
In de sneeuw kun je van alles ontdekken. Kinderen zijn in eerste instantie volledig gericht op hun zintuigen: sneeuwballen gooien, sneeuwengeltjes maken, glijbaan maken enzovoorts.
Maar als ze tot rust zijn gekomen, kun je ze ook wijzen op sporen in de sneeuw. Van wie zouden ze zijn? Hoe hebben ze ze gemaakt? Kun je het spoor volgen?
Zo valt er ook in de winterse natuur van alles te ontdekken.
Verhalenjas
Het project 'de afvalmodeshow' van de Natuurdetectives in Amsterdam, begin ik met de 'verhalenjas'.
Ik heb de verhalenjas gekregen van een verhalenverteller in Siberië, die tegelijk dokter en tovenaar is (een sjamaan). Sjamanen hebben op hun jassen allemaal touwtjes, veren, spiegels, kralen, belletjes en gebruiksvoorwerpen. Al die voorwerpen vertellen wat over het leven van de sjamaan.
Zo ook in dit geval. De man van wie ik de jas en de hoed kreeg, verzorgde zijn gebit goed - vandaar de tandenborstel. Hij was een onderzoeker, vandaar het vergrootglas. Hij was de enige in zijn dorp die kon schrijven, vandaar de pen. Hij hield van kruidenthee, vandaar het zeefje op zijn hoed enzovoorts.
De Sjamaan verbaasde zich erg over het feit dat wij in Nederland van alles in de vuilnisbak gooien. Elk voorwerp vertelt iets over je zelf. Je gooit dus iets van jezelf weg. Je moet dus zuinig zijn op je spullen!
Maar waarom begin je zo'n activiteit met een verhaal?
Het meeste wat mensen onthouden, komt van verhalen. Vaak zie je die verhalen op TV en herken je ze niet meer zo als verhalen. Maar gelukkig kun je ook nog uit het hoofd verhalen vertellen.
Een verhalenverteller maakt graag gebruik van attributen. En een jas en een hoed met voorwerpen zijn daarvoor ideaal. Het trekt de aandacht. De kinderen willen meteen weten waarom je zo'n rare jas aan hebt. Bovendien geeft het houvast. De spullen die aan de jas hangen zijn de onderdelen van je verhaal.
Je moet wel zorgen dat je geloofwaardig overkomt. Dus speel niet alsof je de Sjamaan zelf bent. Een verteltruc is dat je de jas gekregen hebt/ of dat je het verhaal van iemand hebt gehoord. Daarna geloven je toehoorders je. Zelf moet je er eigenlijk ook in geloven. Dus het moet voelen alsof je de sjamaan zelf bent, maar het toch in de derde persoon vertellen.
Om zelf in je eigen verhaal te geloven, is het handig om de jas zelf te maken, en hem niet te huren/kopen in een feestwinkel.
Ook moet je het verhaal niet uit je hoofd leren. Houdt de boodschap die je wilt vertellen met je verhaal in de gaten. En schrijf een paar steekwoorden op. Van mij hoeven de toehoorders ook niet perse te zitten. In dit geval wilden de kinderen allemaal kijken wat er aan de jas hing, dus kwamen ze heel dichtbij. Dat is prima, want zo krijg je interactie. Interactie is zeker bij het vertellen aan kinderen super belangrijk. Waak er wel voor dat de kinderen het verhaal niet van je overnemen.
Kleding die iets over jezelf vertelt is niks bijzonders, en komt ook in onze cultuur nog voor. Wat vertelt deze trui bijvoorbeeld over het kind dat hem draagt?
Tenslotte een inspirerende site over kleding en uiterlijk dat een verhaal vertelt: http://flickriver.com/photos/crushevil/favorites/
Met bloembollen de buurt schilderen
Bloembollen zijn de cadeautjes van de natuur. Je moet er even geduld voor hebben. In november of december stop je ze in de grond. In maart bloeien de eerste bloemen.
Bloembollen groeien bijna overal. Dus ook in de stad. Stadsboeren en Guerrilla-tuinieren is een trend. Laat je kinderen de buurt verrassen. En ga op een waterkoude november- of decembermiddag er op uit om overal 'stiekem' bolletjes te begraven. Of niet zo stiekem, want niemand vindt het erg om zo'n mooi cadeautje te krijgen!
Met de Natuurdetectives gingen we gisteren (19 november) op pad met botanische bolletjes (volgens de Intratuin redelijk biologisch verantwoord) en tuinschepjes. In de Kinkerbuurt - de minst groene buurt van Amsterdam, hebben we overal krokussen, blauwe druifjes, hyacinthen, dwergnarcissen en tulpen in de grond gezet.
En nu maar wachten tot maart! We houden het in de gaten, en we hopen dat nog veel meer BSO's, Kinderopvangs, Naschoolse Activiteiten en schoolklassen dit mooie voorbeeld volgen zodat het voorjaar 2013 er supergekleurd en vrolijk op gaat staan!
Veel plezier!
Bloembollen groeien bijna overal. Dus ook in de stad. Stadsboeren en Guerrilla-tuinieren is een trend. Laat je kinderen de buurt verrassen. En ga op een waterkoude november- of decembermiddag er op uit om overal 'stiekem' bolletjes te begraven. Of niet zo stiekem, want niemand vindt het erg om zo'n mooi cadeautje te krijgen!
Met de Natuurdetectives gingen we gisteren (19 november) op pad met botanische bolletjes (volgens de Intratuin redelijk biologisch verantwoord) en tuinschepjes. In de Kinkerbuurt - de minst groene buurt van Amsterdam, hebben we overal krokussen, blauwe druifjes, hyacinthen, dwergnarcissen en tulpen in de grond gezet.
En nu maar wachten tot maart! We houden het in de gaten, en we hopen dat nog veel meer BSO's, Kinderopvangs, Naschoolse Activiteiten en schoolklassen dit mooie voorbeeld volgen zodat het voorjaar 2013 er supergekleurd en vrolijk op gaat staan!
Veel plezier!
Sticky educatie
Een lesje dat blijft 'plakken'. Dat is iets dat elke lesgever wel wil. Bij de natuurdetectives wilde ik een les over dat veel vruchten van bomen komen.
Ik begon met de opmerking dat we straks naar de markt zouden gaan, en daar stukjes boom zouden kopen - en dat we die daarna ook nog op zouden eten... De kinderen (5 t/m. 8 jaar), keken me aan alsof de meester gek geworden was. Maar we hebben het gedaan! Zeker weten! En de marktkoopman wist precies waar we het over hadden.
We kwamen terug met dadels, hazelnoten, sinaasappels, mandarijnen, appels, cactusvrucht (is een cactus wel een boom?), granaatappels enzovoorts. Die hebben we daarna in stukjes gesneden en lekker van de fruitsalade gesnoept. Denken jullie dat het idee 'vruchten komen vaak van een boom' is blijven hangen? Lees over teaching that sticks hier: http:// groups.haas.berkeley.edu/CTE/ documents/ Teaching%20That%20Sticks.pdf
Ik begon met de opmerking dat we straks naar de markt zouden gaan, en daar stukjes boom zouden kopen - en dat we die daarna ook nog op zouden eten... De kinderen (5 t/m. 8 jaar), keken me aan alsof de meester gek geworden was. Maar we hebben het gedaan! Zeker weten! En de marktkoopman wist precies waar we het over hadden.
We kwamen terug met dadels, hazelnoten, sinaasappels, mandarijnen, appels, cactusvrucht (is een cactus wel een boom?), granaatappels enzovoorts. Die hebben we daarna in stukjes gesneden en lekker van de fruitsalade gesnoept. Denken jullie dat het idee 'vruchten komen vaak van een boom' is blijven hangen? Lees over teaching that sticks hier: http://
Natuurdetectives ontdekken bomen 2
Nodig:
Foto’s op a4 van zoveel bomen/vruchten als er kinderen zijn (of eentje meer)
Atlas of wereldbol
Markt of supermarkt om boodschappen te doen.
Verschillende bladeren van bomen
Geld om vruchten te kopen.
Introductie
Op de fotokaarten staan een tiental bomen met vruchten die je in de winkel kan kopen.
Er zijn foto’s van een mangoboom, een sinaasappelboom, een mandarijnenboom, een dadelpalm, een kokosnotenpalm, een walnotenboom, een appel- en een perenboom, een kiwiboom. Aan te vullen met bv. perzikkenboom, pruimenboom, granaatappelboom, pijnboom etc.
Ieder kind krijgt een foto en een stift of pen.
Schrijf de naam op van de vrucht.
Schrijf op waar de boom groeit.
Nu gaan we de vruchten kopen op de markt.
Over de markt
We gaan bij een groenten en fruitkraam de vruchten bestellen die we op de fotokaarten hebben gezien. Elk kind mag er een bestellen. Wellicht kan dat bij één kraam, misschien bij meer kramen.
Terug op school/ verwerking
Natuurdetectives ontdekken bomen 1
De
natuurdetectives op de Vlinderboom gaan week 3 en week 4 over bomen leren.
Nodig:
Verschillende spullen die met bomen te maken hebben, halve a4tjes,
plakband, schaartjes, stiften,
Bomen zijn een
van de grootste levende wezens op aarde. Ze groeien bijna overal, zelfs in de
woestijn (in oases) en op onbewoonde eilanden (kokospalm). Bomen maken zuurstof
met hun bladeren. Ze geven schaduw. Ze houden de grond vast. En zorgen voor
voedsel (sinaasappels, kokosnoten, tamme kastanjes, pijnboompitten etc.)
Introductie
We hebben
allerlei dingen die bij bomen horen op tafel gelegd. De kinderen pakken een
voorwerp dat met bomen te maken heeft, en onderzoeken dat kort. Ze vertellen
wat het volgens hun met bomen te maken heeft.
Inventarisatie
In de kring.
Zoveel mogelijk dingen opnoemen die bomen ‘ons geven’. Zo lang mogelijk
doorgaan. Help de kinderen door bijvoorbeeld ‘vruchten’ te suggereren. Welke
vruchten komen van een boom? Komt een aardbei van een boom? En een dadel?
Spelletje
We doen het spelletje ‘alle vogels vliegen’, maar dan met ‘bomen’: ‘alle bomen groeien’.
Ik roep dingen over bomen, bv. een aardbei groeit aan een boom. De kinderen roepen als het waar is: ‘alle bomen groeien’, en gaan groeien als een boom. Als het niet waar is, roepen ze niets.
Naar
buiten
We gaan op het
(Bellamy)plein met bomen spelen.
Eerst spelen we
een bomenpantomime. De kinderen zijn ‘groeiende’ bomen die van alles meemaken.
Aan het eind worden ze omgeblazen door de storm.
We gaan
geblinddoekt bomen voelen. We gaan naar verschillende bladeren zoeken, en doen
daar een raadspel mee. ‘Welk blad heb ik in mijn hoofd?’. We doen bomentikkertje.
Afsluiting
We gaan volgende
week verder over bomen werken.
Natuurdetectives ontdekken kleine beestjes
![]() |
| Voor de beestjes hebben we een beestjeshotel gemaakt. Hier maken de kinderen de 'gastenkaarten' van meneer pissebed en mevrouw de regenworm. |
De natuurdetectives op de Vlinderboom gaan week 2 over beestjes leren.
Nodig:
Vergrootglazen
Loeppotjes
Paraplu
Boeken over diertjes
Zoekkaarten
Kartonnen kaartjes
Stiften met een fijne punt
Hamsterbak
Plantenspuit
Plaatjes van dieren, blaadjes e.d.
Overal zijn kleine diertjes. Onder de tegels, in dood hout, op het fruit in de keuken, in de moestuin. Pissebedden en regenwormen eten dood hout en dode blaadjes. Ze zorgen ervoor dat het weer aarde wordt. Torretjes eten blaadjes. Lieveheersbeestjes eten bladluizen. Spinnen eten vliegen. Het is eten en gegeten worden, buiten!
Start
We zetten een bak met allerlei beestjes op de tafel. Daaromheen liggen vergrootglazen om ze beter te bekijken. De kinderen gaan automatisch vragen stellen. Een begeleider schrijft de vragen ‘ongemerkt’ op.
Onderzoek
Welke vragen kunnen we onderzoeken met de diertjes (hoe snel kruip je?, slak, wat eet je?, spin, waar zitten je oogjes?) Kunnen we een slakkenrace doen? Een spinnen-act – laat de spin hangen aan een draad -. We doen een paar bedachte onderzoekjes.
Introductie voedselweb
Op het prikbord plak ik plaatjes van diertjes, blaadjes, dood hout, vogels. We spannen touwtjes tussen wie wie eet. Zo ontstaat een voedselweb.
Buiten op zoek
De kinderen krijgen loeppotjes mee, en een paraplu. We schudden aan de takken, zodat torretjes en spinnetjes in de omgekeerde paraplu vallen. We draaien ook tegels om en zoeken onder dood hout of blaadjes.
Dit onderzoek doen we op het plein en in de Bellamystraat. Eventueel bij de Stadsboeren.
Verwerking
We maken in de hamsterbak (neem ik mee) een hotel voor de diertjes. Elk diertje krijgt een gastenkaart met daarop hoe hij heet, wat hij eet en hoe hij graag leeft. De kinderen kunnen dit in boeken opzoeken. Ze tekenen het diertje na.
Afsluiting
We vertellen dat sommige mensen bang zijn van de diertjes of ze vies vinden. Maar dat de natuurdetectives nu kunnen vertellen dat de diertjes bij de natuur horen, en ze bijvoorbeeld dood hout verteren (pissebed, worm) of muggen voor ons vangen (spinnen).
Natuurdetectives ontdekken bloemen
Bijeenkomst 1: Thema bloemen
In de buurt vind je overal bloemen. Sommige bloemen horen bij tuinen. Anderen groeien gewoon tussen de tegels. De bedoeling van de les is dat kinderen ervaren dat bloemen overal groeien en dat er heel veel soorten/vormen bloemen zijn.
Start
Denk aan bloemen. Teken een bloem die als eerste in je op komt. De kinderen tekenen meestal een bloem met een hart en 5 of 6 gekleurde bloemblaadjes.
Gesprek
Wat zijn de overeenkomsten tussen bloemen? Welke kleuren zijn er? Welke kleur komt het meest voor, denk je? Kun je bloemen ook eten? Uit welke onderdelen bestaat een bloem? Houden mensen van bloemen? Houden bloemen van mensen? Het gaat er om wat de kinderen benoemen, niet of het goed is.
Introductie verschillende vormen bloemen
Prik op het prikbord (schoolbord mag ook) een aantal verschillende vormen bloemen. Een paardenbloem, een klaproos, een cosmea (dat soort bloemen wordt meestal getekend), een schermbloem, een brandnetelbloem, gras met aren. Over de laatste twee ontstaat discussie: Zijn dat ook bloemen? Ja dat zijn ook bloemen!
Buiten op zoek
De kinderen krijgen in tweetallen de plaatjes van verschillende bloemen mee. Ze zoeken langs de straat. De kinderen mogen wilde straatbloemen plukken. Natuurlijk is hier discussie over. Die stokroos stond toch langs de straat!We zijn op weg naar de Stadsboeren. Inwoners van de Kinkerbuurt kweken op een braakliggend terrein hun groenten in bakken. Het wordt beheerd door vrijwilligers: de 'stadsboeren' Rob en Rob.
![]() |
| Stadsboeren in de Kinkerbuurt |
Uitleg
Bij de stadsboeren mogen kinderen spelen. Maar krijgen ze ook een korte uitleg over de opzet van Stadsboeren. De kinderen leren dat mensen creatief gebruik maken van braakliggend terrein. Ze krijgen zelf later ook een bak om bloembollen en winterrogge in te zetten.
Afsluiting
We hebben deze les afgesloten door met de gekleurde bloemen een schilderij te maken. Uit een paardenbloem komt bijvoorbeeld gele kleurstof, uit een rode bloem bijvoorbeeld rode kleurstof. Zelfs met de blaadjes kun je schilderen - en met modder kun je bruin maken.
Abonneren op:
Posts (Atom)







